vrijdag 19 maart 2010

TAXIRIT

'Wat een heerlijk weer, hè?' zegt ze. 'Ja', antwoordt hij, 'eigenlijk hebben wij behoefte aan storm en regen, wij!' 'Hè?', denkt ze, 'wat zegt hij nu? Oh, wil hij het over zijn vaderland hebben? De droogte daar? Pfff, geen zin in hoor, in verhalen over behoefte aan regen' en ze kijkt uit het raam. Buiten ziet ze Krokussen, Narcissen en roze bloesem.
De chauffeur naast Lila stuurt zwijgend verder en remt voor het stoplicht. Als ze stilstaan waagt ze opnieuw een kans. 'Pff, jarenlang wilden we sneeuw, mopperden we dat het nooit sneeuwde. Nou, deze winter hebben we genoeg sneeuw gehad voor de komende tien jaar. Iedereen is blij met de lente!' Glimlachend kijkt ze hem aan. Hij lacht terug, een scheef lachje. 'Ja, ja', zegt hij en trekt op. Hij brengt Lila en haar collega's naar de oostkant van de stad. Als ze er zijn, blijft hij wachten in de taxi.
Wanneer ze na een uur werkbezoek terugkeert naar de auto, schrikt hij wakker. 'Hé', lacht ze, 'lag je te mediteren?' Beschaamd kijkt hij haar aan. 'Nee, nee, ik was al om drie uur vannacht mijn bed uit, moest vroeg werken.' Lila gaat weer naast hem zitten. Ze laat de chauffeur met rust, praat niet meer. Als hij even later het groene licht niet opmerkt, tikt ze hem zachtjes op zijn arm. Buiten bloeien bloemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen